| Niveau |
Beschrijving
van linguïstische vaardigheden |
Equivalent
niveau
bij THEMA |
Examen |
| A 1 |
Begrip
en gebruik van uitdrukkingen uit conversaties
en eenvoudige woordenschat om tegemoet te
komen aan de student zijn specifieke behoeftes.
Eenvoudige communicatie met een persoon die
traag en duidelijk praat. |
Ontdekking van de taal 1 |
QCM-1 |
| A 2 |
Begrip
van geïsoleerde zinnen en algemene uitdrukkingen
(werk, winkelen,…). De student is in
staat eenvoudige informatie te geven over
zichzelf, zijn opleiding en zijn onmiddellijke
omgeving. De student kan eenvoudige en directe
informatie over vertrouwde onderwerpen delen
met anderen. |
Ontdekking van de taal 2 en 3 |
QCM-2 |
| B 1 |
Begrip
van essentiële zaken betreffende vertrouwde
onderwerpen. De student kan zich uiten in
dagdagelijkse situaties. De student kan eenvoudige
en coherente conversaties voeren over vertrouwde
onderwerpen. |
Beheersing van de taal 1 |
QCM-3 |
| B 2 |
Begrip
van essentiële inhoud van specifieke
en abstracte thema’s. In staat zijn
zijn eigen mening te geven over een idee of
een project. Duidelijk kunnen spreken en vlot
kunnen communiceren over een gevarieerd aanbod
van onderwerpen. |
Beheersing van de taal 2 |
Oral 1 |
| C 1 |
Begrip
van lange en moeilijke teksten en onderliggende
betekenissen. In staat zijn taal vlot en correct
te gebruiken in een sociale en professionele
context. De student kan zijn visie op complexe
onderwerpen spontaan uitdrukken op een gestructureerde
manier. |
Beheersing van de taal 3 |
Oral 2 |
| C 2 |
Uitstekend
begrip van nagenoeg elke gelezen en beluisterde
tekst. In staat zijn zichzelf coherent en
correct uit te drukken en een goed begrip
hebben van nuances in geschreven en gesproken
tekstvormen van de taal. |
Beheersing van de taal 4 |
Oral 3 |